Met ingang van 1 april heeft Liffert Vogt het voorzitterschap van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN) overgenomen van Frans J. van Ittersum. We spraken hem over zijn achtergrond, ambities en visie op de toekomst van de NFN.
Voor degenen die jou nog niet kennen, kun je jezelf even kort voorstellen?
Jazeker, ik ben Liffert Vogt en samen met mijn man Igor trotse vader van onze dochter Mathilde. Daarnaast ben ik nu ongeveer 25 jaar actief in de Nefrologie. In verschillende artsenrollen in de Isala Klinieken, ZGT Almelo, MCL en het Dijklander. Vanaf 2002 als promovendus bij Gerjan Navis en Dick de Zeeuw in het UMC Groningen, daarna als postdoc in het Mario Negri Instituut bij Giuseppe Remuzzi in Bergamo en vanaf 2006 als opleidingsassistent in het voormalige AMC bij Ray Krediet en Jaap Homan van der Heide en Marjon Koopman als opleider. Met veel plezier heb ik me in al die jaren ingespannen voor klinische en wetenschappelijke vooruitgang van ons vakgebied. Sinds 2021 ben ik hoogleraar Klinische Nierziekten en Nierfysiologie aan de Universiteit van Amsterdam en in het Amsterdam UMC.
Welke visie heb je op de toekomst van de NFN, gezien de uitdagingen van deze tijd?
Allereerst voel ik me zeer vereerd met het vertrouwen dat ik krijg om als nieuwe voorzitter aan te treden. Als relatieve nieuwkomer binnen het NFN-bestuur ken ik nog niet alle details, maar één ding is zeker: mijn voorganger heeft ervoor gezorgd dat de NFN op alle fronten sterk staat.
De toekomst is spannend. Juist daarom is het cruciaal dat onze beroepsgroep veerkrachtig en weerbaar blijft. In korte tijd zijn de diagnostische en behandelingsmogelijkheden in de geneeskunde enorm toegenomen. Toch worden deze innovaties nog niet altijd optimaal benut binnen ons vakgebied. Nieuwe geneesmiddelen hebben de prognose van patiënten met chronische nierschade aanzienlijk verbeterd, maar de brede implementatie van diagnostische vooruitgang, zoals in de nefropathologie en genetica, en de ontwikkeling van ziekte-specifieke behandelingen voor zeldzamere primaire nieraandoeningen lopen achter. Hier kunnen we veel leren van andere specialismen, zoals de hematologie, reumatologie en oncologie.
Een interessante ontwikkeling is het recent opgerichte NEFRO-NL platform, waarin Nederlandse ziekenhuizen samenwerken om klinische studies uit te voeren. De hoop is dat uiteindelijk alle ziekenhuizen zullen meedoen. Zo kunnen we als Nederland het voortouw nemen in ontwikkeling en vernieuwing voor patiënten met zeldzamere nierziekten of voor mensen met een andere achtergrond die niet goed gerepresenteerd zijn in de grote New England-studies.
Hoe kunnen we de NFN en haar werk aantrekkelijk houden voor de jongere generatie?
De geneeskunde is echt aan het veranderen. Van een meester-gezelverhouding gaan we naar een grote variëteit aan rolmodellen. Bovendien is de gebrekkige reflectie van de buitenwereld in de nefrologie-opleiding en praktijken ook minder dan voorheen, maar we kunnen nog niet achterover leunen. Aandacht voor werk-privébalans en de omvang van het takenpakket van een nefroloog bepalen het werkplezier sterk. Herdefiniëren van taken kan het vak aantrekkelijk houden. Zo beschouwd zouden we misschien wel eens kunnen nadenken of bijvoorbeeld wekelijkse visites bij elke dialysepatiënt of routineuze polikliniekbezoeken van CKD patiënten nog wel houdbaar zijn.
Wat zijn volgens jou de belangrijkste speerpunten voor jouw termijn als voorzitter?
Zojuist heb ik natuurlijk een paar genoemd, het best samen te vatten onder het thema ‘verbinding’. Met het wegvallen van de Nefrologiedagen is het jaarlijkse NFN event waar je leden vanuit álle geledingen kunt ontmoeten niet meer automatisch geregeld en daar zullen we een alternatief voor moeten zoeken.
Tot slot, wat zou je NFN-leden willen meegeven?
De ernstige polarisatie in het publieke debat, mede door constante stroom van (des)informatie, heeft zijn impact op onze patiënten, op ons als professional en in ons persoonlijk leven. Als beroepsgroep mogen we ons best wel wat meer uitspreken. Onze taak om gezondheid te bevorderen reikt immers verder dan het lab of de spreekkamer.